Die gedachte vormt voor mij de kern van een goed ontwerp. Een plek moet niet alleen mooi zijn op papier, maar vooral prettig zijn voor de mensen die er wonen, werken en verblijven. Het zoeken naar die vanzelfsprekendheid maakt mijn werk zo interessant.
Mijn route naar het vak begon met een mbo-opleiding civiele techniek. Daar leerde ik hoe de fysieke leefomgeving technisch is opgebouwd. Mijn nieuwsgierigheid naar de ruimtelijke kant van die leefomgeving bracht me vervolgens naar de Breda University of Applied Sciences (BUas), waar ik Urban Design studeerde. De combinatie van techniek en ontwerp helpt me nog iedere dag om plannen te maken die niet alleen ambitieus zijn, maar ook uitvoerbaar.
Bij LOS ben ik op mijn plek omdat we samen werken aan plekken met karakter. Ik krijg energie van het samenwerken met collega’s en opdrachtgevers, maar vooral met gebruikers van een plek om ruimtelijke vraagstukken te vertalen naar heldere plannen, die vanzelfsprekend aanvoelen. Daarbij ben ik kritisch op details, zonder het grotere geheel uit het oog te verliezen. Ik blijf zoeken tot een plan echt klopt.
Buiten mijn werk stap ik het liefst op de racefiets of gravelbike. Tijdens lange ritten geniet ik van het landschap en ontdek ik steeds weer hoe een omgeving invloed heeft op de beleving van een plek. Die nieuwsgierigheid neem ik ook mee in mijn werk. Uiteindelijk wil ik bijdragen aan leefomgevingen die niet alleen vandaag goed functioneren, maar ook over tientallen jaren nog steeds vanzelfsprekend goed voelen.